Conclusie A-G Spier 8 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM6095
Verbintenissenrecht. Art. 6:174 BW vestigt ook risicoaansprakelijkheid ten aanzien van medebezitter. De bezitter van een gebrekkige opstal is uit hoofde van art. 6:174 BW ook aansprakelijk voor schade die als gevolg van dit gebrek wordt geleden door andere medebezitter(s). In aanmerking genomen dat de wetgever aansprakelijkheid tegenover een medebezitter niet heeft uitgesloten, is dit naar maatschappelijke opvattingen, gelet op de belangen van de benadeelde, de bezitter en de aansprakelijkheidsverzekeraar, het meest redelijk. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de benadeelde medebezitter zelf dat gedeelte van de schade draagt dat overeenkomt met zijn aandeel in de opstal, zodat hij op grond van art. 6:174 BW in zoverre geen aanspraak heeft op schadevergoeding jegens de andere bezitter(s). Slechts indien aan de zijde van de benadeelde medebezitter ook andere omstandigheden aan het ontstaan van de schade hebben bijgedragen, zoals eigen nalatigheid of onachtzaamheid, kan aanleiding bestaan zijn schade op de voet van art. 6:101 BW voor een groter deel dan zijn aandeel in de opstal voor zijn rekening te laten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 398 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 410 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 13 AB
- Artikel 6:6 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:163 BW6
- Artikel 6:171 BW6
- Artikel 6:173 BW6
- Artikel 6:174 BW6
- Artikel 6:179 BW6
- Artikel 6:180 BW6
- Artikel 6:190 BW6
- Artikel 6:197 BW6
- Artikel 7:954 BW7
- Artikel 7:962 BW7