Conclusie A-G Vellinga 16 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM4308
OM n-o bij onvoldoende of niet-naleving van art. 167a Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BF1183 en voegt daaraan ter verduidelijking nog het volgende toe. Mocht het OM in zijn inspanningsverplichting ex art. 167a Sv zijn tekortgeschoten, dan behoeft aan dit verzuim geen gevolg te worden verbonden indien het OM- eigener beweging of na daartoe door de rechter in de gelegenheid te zijn gesteld - art. 167a Sv alsnog naleeft. Voorts vloeit uit evengenoemd arrest voort dat niet-naleving van art. 167a Sv niet zonder meer leidt tot de n-o van het OM in de vervolging. Het komt immers erop aan of de minderjarige door dat verzuim zo ernstig in zijn belang is geschaad dat dat, afgewogen tegen andere met de vervolging gemoeide belangen, dient te leiden tot het oordeel dat vervolging achterwege had moeten blijven. Ook indien de minderjarige de gelegenheid heeft benut zijn mening kenbaar te maken en daarbij te kennen heeft gegeven een vervolging niet te wensen, zal de rechter, ingeval verdachte zich op die grond beroept op de n-o van het OM in de ingestelde vervolging, een dergelijke belangenafweging moeten maken. Gelet hierop lijdt de bestreden uitspraak aan een motiveringsgebrek.
De uitspraak op rechtspraak.nl