Conclusie A-G Strikwerda 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL9543

Familierecht. Partneralimentatie. Termijn van 12 jaren van art. 1:157 lid 4 BW en termijn van 3 maanden van art. 1:157 lid 5 BW moeten worden aangemerkt als vervaltermijnen. Wanneer na ommekomst van de termijn van twaalf jaren van art. 1:157 lid 4 BW de alimentatiebetalingen worden beëindigd, is de alimentatieplicht van rechtswege vervallen, tenzij binnen de termijn van drie maanden een verlengingsverzoek is gedaan. Wanneer nog wel een of meer betalingen hebben plaatsgevonden dan zal ervan moeten worden uitgegaan dat aan die betalingen een stilzwijgende overeenkomst tot het laten voortduren van de alimentatieplicht ten grondslag ligt, tenzij de alimentatieplichtige bij de betaling meedeelt dat daaraan een andere titel ten grondslag ligt. Bij gebreke van een dergelijke mededeling vangt de termijn van drie maanden van het vijfde lid van art. 1:157 BW aan op het moment van de laatste betaling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen