Conclusie A-G Machielse 30 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK9221
Strafoplegging. Art. 127 Sr. In aanmerking genomen dat het hof tav. de oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft geoordeeld dat ‘daarmee de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking (wordt) gebracht’, behoeft het nadere motivering waarom het Hof daarenboven de oplegging van een taakstraf aangewezen achtte. Dat geldt temeer nu de oplegging door het Hof van die taakstraf kennelijk is ingegeven door zijn opvatting dat voor een delict als i.c. de niet in de ‘huidige wetgeving’ voorziene bijkomende straf van ontzetting uit het passief kiesrecht geëigend moet worden geacht, welke opvatting niet strookt met die van de wetgever.
De uitspraak op rechtspraak.nl