Conclusie A-G Vellinga 19 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4448
Herziening. Vervolging voor het feit waarop de sepotmededeling ziet kan niet worden aangemerkt als een omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2 Sv. Ingevolge art. 255.1 Sv jo. art. 12i Sv kan een verdachte aan wie een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend alsnog worden vervolgd wanneer tegen hem nieuwe bezwaren bekend zijn geworden of wanneer het Hof n.a.v. een klacht a.b.i. art. 12 Sv van oordeel is dat vervolging had moeten plaatshebben. De verdachte kan aan vorenbedoelde kennisgeving derhalve niet het rechtens te honoreren vertrouwen ontlenen dat hij niet zal worden vervolgd. Hetzelfde geldt voor de met de kennisgeving van niet verdere vervolging vergelijkbare, maar in de wet niet geregelde ‘sepotmededeling’. De aanvrage is ongegrond en wordt ingevolge art. 468 Sv afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl