Conclusie A-G Bleichrodt 13 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ3241
Art. 288.1 ahf onder a Sv jo. art. 287.3 ahf onder b Sv; mogelijkheid afzien hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat het Hof niet had mogen afzien van het horen van getuige X, nu de verdediging niet in de gelegenheid was gesteld hem ter terechtzitting te ondervragen. Die opvatting vindt in beginsel geen steun in het recht. Het Hof heeft i.c. geoordeeld dat het onaannemelijk is dat getuige X binnen een aanvaardbare termijn t.t.z. zal verschijnen. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, gelet op de vaststellingen van het Hof dat het onderzoek t.t.z. reeds tweemaal was geschorst doch de getuige X noch aan de aanzegging opnieuw ter terechtzitting te verschijnen, noch aan zijn oproeping gehoor heeft gegeven, terwijl het bij de oproeping gegeven bevel tot medebrenging niet ten uitvoer kon worden gelegd, omdat hij niet op zijn GBA-adres werd aangetroffen en telefonisch onbereikbaar was.
De uitspraak op rechtspraak.nl