Conclusie A-G Spier 9 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI8583
Verbintenissenrecht. Shock-schade. Aantasting in de persoon als bedoeld in art. 6:106 lid 1 onder b BW? Vordering tot schadevergoeding van nabestaanden van kinderen die ten gevolge van moedwillige doodslag – waarvoor de dader is veroordeeld – om het leven zijn gekomen. Aard van de normschending – een opzettelijk veroorzaakt verkeersongeval – geen reden voor verruiming van de in het Taxibus-arrest (HR 22 februari 2002, NJ 2002, 240) aangewezen omvang van de schadevergoedingsplicht. Vereiste van waarneming of directe confrontatie van het ongeval niet terzijde te stellen of af te zwakken vanwege aard of ernst van de normschending, zoals opzettelijk begaan daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 12 AB
- Artikel 1 WAM
- Artikel 173 Overgangswet NBW
- Artikel 6:95 BW6
- Artikel 6:106 BW6
- Artikel 6:108 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:163 BW6
- Artikel 7:510 BW7
- Artikel 7:611 BW7
- Artikel 3:12 BW3
- Artikel 1 EVRM
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden