Conclusie A-G Jörg 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI0548
Art. 18 WOTS. De Rb heeft geoordeeld dat op de overschrijding van de in art. 18 WOTS bepaalde termijn geen sanctie is gesteld en dat veroordeelde ook overigens niet in zijn belangen is geschaad zodat de OvJ in zijn vordering kan worden ontvangen. Daarmee heeft de Rb het verweer dat de OvJ in zijn vordering niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn a.b.i. in art. 18.1 WOTS zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting verworpen op gronden welke de verwerping kunnen dragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl