Conclusie A-G Knigge 10 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2413

Herziening. 1. Ontvankelijkheid. 2. Rechtsherstel. Ad 1. Gelet op de verklaring van de griffier van het EHRM en het daarin genoemde art. 44 § 2 EVRM is de HR van oordeel dat de aanvraag binnen de in art. 458.3 Sv gestelde termijn is ingediend. Ad 2. Aanvraag gebaseerd op uitspraak EHRM, dat art. 8 EVRM is geschonden in de procedure die tot veroordeling heeft geleid. HR: Gelet op de door het EHRM geconstateerde schending van art. 8 EVRM is herziening noodzakelijk met het oog op rechtsherstel. De primaire klacht strekt ertoe dat de HR de zaak zelf zal afdoen en aanvrager zal vrijspreken nu de bewezenverklaring in belangrijke mate berust op verklaringen die geheel of gedeeltelijk het product zijn van de schending. Deze klacht wordt afgewezen nu de omstandigheid dat het EHRM heeft geoordeeld dat het opnemen van telefoongesprekken zoals i.c. een schending oplevert van art. 8 EVRM, niet zonder meer meebrengt dat de inhoud van dat telefoongesprek niet voor het bewijs mag worden gebezigd. Bovendien is dat bewijsmiddel in het geheel van de bewijsmotivering slechts van ondergeschikte betekenis. De subsidiaire klacht strekt tot strafvermindering. In het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de aard en ernst van het door het EHRM geconstateerde – onherstelbare – vormverzuim, begaan in het voorbereidend onderzoek, doet de HR de zaak zelf af en vermindert de straf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen