Conclusie A-G Bleichrodt 13 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4818
Art. 359.3 Sv. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen (vgl. HR LJN AX5776). In de in het arrest weergegeven overweging ligt als het oordeel van het Hof besloten dat verdachte na zijn in de bestreden uitspraak weergegeven, door het Hof als bekennend aangemerkte verklaringen niet “anders heeft verklaard”. Dit oordeel is, gelet op de in het arrest weergegeven verklaring van verdachte ttz. in h.b., niet zonder meer begrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl