Conclusie A-G Schipper 9 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF5074

Benadeelde partijen. 1. Medelen korte inhoud. 2. Rechtstreekse schade. Ad 1. Het middel behelst o.m. de klacht dat het mededelen van de korte inhoud van de zich t.t.v. het onderzoek ttz. bij de stukken van het dossier bevindende voegingsformulieren van de b.p., vzv. deze formulieren na aanvang van het onderzoek ttz. aan het dossier zijn toegevoegd, niet voldoet aan de ingevolge art. 51b lid 1 en 2 Sv vereiste opgave van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust. Deze opvatting vindt geen steun in het recht. Opmerking verdient dat wanneer bij de verdediging onduidelijkheid bestaat aangaande de inhoud of de gronden van een vordering van een b.p. die zich voorafgaand dan wel tijdens het onderzoek ttz. heeft gevoegd, het op de weg van de verdediging ligt dit aan de rechter kenbaar te maken en bijvoorbeeld, in een geval als i.c., ex art. 301 Sv voorlezing te verzoeken van het desbetreffende voegingsformulier. Ad 2. Het Hof heeft kennelijk aan de toekenningen van de vorderingen van niet in de bewezenverklaring bij naam genoemde personen ten grondslag gelegd dat ook t.a.v. die niet bij naam genoemde personen sprake is van rechtstreekse schade, die in nauw verband staat met de bewezenverklaarde oplichting. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is evenmin onbegrijpelijk en behoeft, mede gelet op hetgeen is aangevoerd, ook geen nadere motivering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen