Conclusie A-G Vellinga 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF3304
359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de berouwbaarheid van de getuige m.b.t. feit 4 kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Het Hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door de in het middel bedoelde verklaring tot het bewijs te bezigen, maar heeft in strijd met art. 359.2 Sv, niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg.
De uitspraak op rechtspraak.nl