Conclusie A-G Bleichrodt 23 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD3896

Ontvankelijkheid OM i.v.m. TOM-afdoening. Het OM heeft verdachte in de gelegenheid gesteld strafvervolging te voorkomen en daartoe 2 voorwaarden gesteld. Verdachte heeft aan 1 van de 2 voorwaarden voldaan, t.w. het verrichten van 40u taakstraf maar heeft niet tijdig aan de andere voorwaarde, het betalen van € 100,- schadevergoeding aan de benadeelde, voldaan. Daarop is strafvervolging ingesteld. T.t.z. in appel is betoogd dat het OM n-o verklaard moet worden omdat het verdachte niet op de hoogte heeft gesteld van de wijze van betaling. Een zgn. instemmingsformulier dat door het OM en verdachte is ondertekend houdt in dat de schadevergoeding zal plaatsvinden d.m.v. een aan verdachte overhandigde/te overhandigen acceptgiro. HR: in het verweer ligt onmiskenbaar besloten dat verdachte geen acceptgiro heeft ontvangen en ook overigens omtrent de te verrichten betaling geen bericht van de OvJ heeft gekregen. ’s Hofs aan de verwerping van het verweer ten grondslag gelegde oordeel “dat de verdachte zelf geen actie heeft ondernomen” behoeft daarom nadere motivering. Het Hof had blijk moeten geven te hebben onderzocht of verdachte kennis droeg van de brief van de OvJ van 21-6-05 (die o.m. een rekeningnummer vermeldt waarnaar het schadebedrag kan worden overgemaakt). De HR merkt voorts nog op dat ’s Hofs oordeel dat de door verdachte, i.h.k.v de TOM-afdoening reeds verrichte uren taakstraf in mindering kunnen worden gebracht op de uren taakstraf die het Hof heeft opgelegd, onjuist is aangezien de wet in een dergelijke aftrek niet voorziet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen