Conclusie A-G Vellinga 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC6734
Beslag. In een geval als i.c., dat er door wordt gekenmerkt dat de OvJ van oordeel is dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, dient de Rb de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd (vgl. HR LJN AD5966). Voor de te nemen beslissing had de Rb niet in het midden mogen laten of kan worden aangenomen dat klager bij de verkrijging van de bromfiets te goeder trouw is geweest. In het bevestigende geval immers zou de bromfiets ingevolge art. 3:86 BW aan hem dienen te worden teruggegeven, terwijl in het ontkennende geval de oorspronkelijke eigenaar in aanmerking kan komen om als redelijkerwijs rechthebbende te worden aangemerkt. In dit beklag speelt de vraag of voor de onderhavige bromfiets een kenteken kan worden afgegeven geen beslissende rol.
De uitspraak op rechtspraak.nl