Conclusie A-G Bleichrodt 22 januari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1353

Extensief noodweerexces. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN ZC9359. In ’s Hofs overwegingen ligt als diens oordeel besloten dat niet aannemelijk is geworden dat, nadat de noodzaak tot verdediging niet meer bestond, het bewezenverklaarde handelen van verdachte niettemin een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, ontstaan door het vastgrijpen van verdachte door het slachtoffer. Dat oordeel is juist en, in het licht van de door het Hof vastgestelde f&o, niet onbegrijpelijk. W.b. hetgeen het Hof aan het slot van zijn overwegingen heeft geoordeeld – inhoudende dat het handelen van verdachte niet was geboden ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding – verdient nog het volgende opmerking. Die overweging moet in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen aldus worden begrepen dat verdachte, die in reactie op de verbale provocatie van het slachtoffer naar deze was teruggelopen, toen direct tot de aanval is overgegaan, dus zonder dat er sprake was van een eventuele (nieuwe) wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, waartegen verdediging geboden was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen