Conclusie A-G Bleichrodt 12 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC0810
Art. 359.2 Sv. Wet milieugevaarlijke stoffen. Het betoog van de raadsman gehouden ttz. in hoger beroep stelt onder meer de rechtsvraag aan de orde of het “ter beschikking stellen” i.d.z.v. art. 34.1 Wet milieugevaarlijke stoffen moet worden uitgelegd als “op de markt brengen in Nederland”. Daarmee is een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt i.d.z.v. art. 359.2 Sv ingenomen. Bij niet aanvaarding dienen in het bijzonder de redenen die daartoe hebben geleid in het vonnis of arrest te zijn opgenomen. Daarom had het Hof behoren te motiveren waarom het van oordeel was dat de genoemde vraag ontkennend diende te worden beantwoord. De daarop gerichte klacht is dan ook terecht voorgesteld. Dat behoeft echter niet tot cassatie te leiden. De aan het verweer ten grondslag liggende opvatting is in strijd met wat de wetgever met het gebruik van de term “ter beschikking stellen” heeft beoogd. De strekking van art. 34.1 Wms komt erop neer dat uit een oogpunt van een effectieve bescherming van mens en milieu tegen gevaarlijke stoffen bij elke vorm van aanbieden of vervreemden van zo’n stof aan de etiketteringsplicht moet zijn voldaan, opdat ook degene die niet ter zake kundig is op de mogelijke gevaren van de stof wordt geattendeerd. Daarbij is niet van belang of het ter beschikking stellen is gebeurd met het oog op de uitvoer naar het buitenland.
De uitspraak op rechtspraak.nl