Conclusie A-G Vellinga 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7911
1. 100%-controles Schiphol. 2. Bewijsmotivering voorwaardelijk opzet invoer cocaïne. Ad 1. De cocaïne, waarvan is bewezenverklaard dat verdachte die heeft ingevoerd in NL, bevond zich in een tas die door verdachte is vervoerd vanaf Curaçao naar Schiphol en is te Schiphol na een zgn. 100%-controle aangetroffen. ’s Hofs oordeel dat art. 8j Opw jo. art. 5:11 en 5:18 Awb een toereikende wettelijke grondslag biedt voor de i.h.k.v. de 100%-controle door de douaneambtenaren uitgeoefende bevoegdheid de tas van verdachte te onderzoeken, is juist. Voor de toepassing van de in art. 8j Opw bedoelde controlebevoegdheid is niet vereist dat sprake is van een verdenking t.z.v. enig strafbaar feit. Ad 2. Het middel klaagt terecht dat het Hof heeft aangenomen dat de verdachte de sporttas “op verzoek van” een ander heeft vervoerd, terwijl uit de gebezigde bewijsmiddelen slechts volgt dat zij de tas van iemand heeft geleend. Dit behoeft niet tot cassatie te leiden nu de gewraakte omstandigheid, gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en de door het Hof aan de bewezenverklaring van het opzet voor het overige gegeven motivering, van zodanig ondergeschikte betekenis is, dat de bewijsmotivering ook zonder dit onderdeel toereikend is voor het bewezenverklaarde (voorwaardelijk) opzet.
De uitspraak op rechtspraak.nl