Conclusie A-G Vellinga 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5615

Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft voorwerpen voor ogen ten aanzien waarvan de notaris zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het belang dat de waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven het verschoningsrecht. De Rb heeft geoordeeld dat sprake is van dergelijke zeer uitzonderlijke omstandigheden en heeft daarbij kennelijk tot uitgangspunt genomen hetgeen omtrent de verdenking tegen de notaris in de vordering inbeslagneming van de OvJ en de RC-beslissing daarop is vermeld. Het oordeel van de Rb geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de notaris wordt verdacht van ernstige strafbare feiten. Voorts wordt in aanmerking genomen dat de Rb niet onbegrijpelijk heeft aangenomen a) dat geldstromen t.z.v. de ABC-transacties via de derdengeldrekening van klager zijn gelopen, b) dat i.c. een zwaarwegend onderzoeksbelang bestaat dat zich ook uitstrekt tot de medeverdachten, en c) dat deze belangen van de waarheidsvinding i.c. niet op een minder ingrijpende wijze kunnen worden gediend dan doordat het verschoningsrecht daarvoor moet wijken, waarbij i.h.b. geldt dat met het oog op de aard van de strafbare feiten waarvan de notaris en de medeverdachten worden verdacht niet met uit openbare bronnen verkregen gegevens of bescheiden - waarvan een aantal naar het oordeel van de RC voorwerp uitmaken van het strafbare feit of tot het begaan daarvan hebben gediend - kon worden volstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen