Conclusie A-G Bleichrodt 27 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ7732

Verdachte heeft het slachtoffer (een oudere man, aan wie hij had aangeboden te helpen bij het dragen van een zware boodschappentas naar diens huis) in diens woning doodgeschoten. Vlgs. eerdere verklaringen wilde hij de man beroven. Op de ttz in appel verklaart hij niet het oogmerk te hebben gehad om door de doodslag de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Verdachte zou a.g.v. seksueel misbruik in zijn jeugd zijn “getriggered” door de openstaande gulp van het slachtoffer en uit kwaadheid het slachtoffer gericht hebben doodgeschoten. HR: Het hof heeft, zich baserend op een PBC-rapportage, het o.g.v. het onderzoek ttz onaannemelijk geacht dat de door en namens verdachte aangevoerde omstandigheden duiden op een affectief-defensieve reactie n.a.v. een vermeende seksuele “trigger”, het onwaarschijnlijk geacht dat een openstaande gulp voldoende “trigger” is geweest tot de gestelde impulsief reactieve daad van het doodschieten van het slachtoffer en ook de aanwezigheid van een vuurwapen, het afnemen van geld en het doorzoeken van de woning moeilijk inpasbaar geacht in het door verdachte opgeroepen beeld van een affectieve reactie om het gevaar te bezweren. Het hof heeft, zonder miskenning van het voorschrift van art. 359.2 Sv, voldoende duidelijk tot uitdrukking gebracht waarom het bij de selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal de inhoud van de ttz in appel afgelegde verklaring van verdachte in dit opzicht terzijde heeft gelaten en de inhoud van de eerder afgelegde verklaringen van verdachte voor het bewijs heeft gebezigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen