Conclusie A-G Wortel 8 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6708
Zedenzaak. Klachtvereiste. Termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Het hof heeft uit de verklaring van het slachtoffer, afgelegd op de terechtzitting van het hof, afgeleid dat zij de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Hierin ligt besloten dat het hof heeft geoordeeld dat zij alsnog een klacht in de zin van art. 164.1 Sv heeft gedaan. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen (i) dat art. 164.1 Sv ertoe strekt te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen, en (ii) dat de termijn waarbinnen het slachtoffer o.g.v. art. 247.3 (oud) Sr jo. art. 245.4 (oud) Sr een klacht kon indienen, eerst zou eindigen op de dag waarop de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn eindigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl