Conclusie A-G Machielse 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ5717

Het hof heeft verdachtes verklaring kennelijk niet opgevat als een beroep op psychische overmacht. Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel werd bijgestaan door een raadsman die, naar blijkt uit het zittings-pv en de daaraan gehechte pleitnotities, geen uitdrukkelijk beroep heeft gedaan op psychische overmacht (HR NJ 2006, 85). I.c. bestond evenmin een nadere motiveringsplicht o.g.v. art. 359.2 Sv. De inwerkingtreding van die bepaling heeft geen verandering gebracht in de motiveringseisen die reeds o.g.v. art. 358.3 Sv bestonden t.a.v. de in dat art. genoemde verweren, zoals het beroep op een strafuitsluitingsgrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen