Conclusie A-G Vellinga 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3889

Verdachte heeft in appelakte op 21-7-04 adres X opgegeven. Een GBA-uittreksel van 24-5-05 houdt in dat verdachte vanaf 19-8-03 woonachtig was op adres Y en dat hij per 9-9-04 is “vertrokken naar Land onbekend”. AG zet in conclusie o.m. uiteen dat “vertrokken naar Land onbekend” in GBA niet per se betekent dat betrokkene naar enig buitenland is vertrokken en dat deze melding ook kan worden opgenomen als na onderzoek door gemeente niet is kunnen blijken dat de persoon nog verblijft op het adres van inschrijving. I.c. kan uit de enkele omstandigheid dat na opgave van adres in appelakte in GBA is aangetekend “vertrokken naar Land onbekend” niet de conclusie worden getrokken dat het bij de appelakte opgegeven adres achterhaald is, laat staan dat verdachte naar het buitenland is vertrokken. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2002, 317, rov. 3.24.b. De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat is getracht de appeldagvaarding op het door verdachte bij de appelakte opgegeven adres uit te reiken. Gelet hetgeen hiervoor is overwogen en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat dat adres t.t.v. de betekening van de appeldagvaarding als achterhaald zou moeten worden beschouwd, is ’s hofs kennelijke oordeel dat verdachte behoorlijk is gedagvaard niet zonder meer begrijpelijk. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, is onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen