Conclusie A-G Machielse 9 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3307
Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen van moord op een pasgeborene. Het hof verwierp het mede op de art. 8 en 14 EVRM gegronde beroep van verdachte (niet zijnde de moeder) op toepasselijkheid van de geprivilegieerde strafbepalingen van art. 290 en 291 Sr. HR: ’s Hofs oordeel dat de art. 290 en 291 Sr te dezen niet toepasselijk zijn is juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl