Conclusie A-G Vellinga 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0663

Herzieningsaanvrage na EHRM-uitspraak ex art. 457.1.3° Sv. De aanvrage moet ex art. 458.2 Sv zijn ingediend binnen 3 maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het EHRM op grond waarvan de aanvrage is gedaan, de veroordeelde bekend is. Aangezien de HR zich onvoldoende ingelicht achtte over het antwoord op de vraag of de aanvrage tijdig is ingediend, zijn aanvrager en zijn raadsman opgeroepen te verschijnen op de openbare terechtzitting van de HR van 6-2-07. Hierop heeft de raadsman de HR bij brief van 30-1-07 laten weten dat ter terechtzitting niet anders zou kunnen worden verklaard dan dat de aanvrage niet tijdig is ingediend en dat de aanvrage wordt ingetrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen