Conclusie A-G Wortel 6 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY6713
1. Leugenachtig ex art. 334 Sr. 2. Voorwetenschap en bijzonderheid ex art. 46 (oud) Wte 1995. 3. Vrijspraak door HR. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat het weergeven van feiten die op zichzelf juist zijn, in combinatie met het verzwijgen van andere feiten die voor de interpretatie van de weergegeven feiten essentieel zijn, i.c. kan worden aangemerkt als het verspreiden van leugenachtige berichten ex art. 334 Sr, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. De wetgever heeft beoogd het verbod dat ttv het bewezenverklaarde handelen was opgenomen in art. 46.1 (oud) Wte 1995, niet te doen uitstrekken tot de effectentransacties die worden verricht of bewerkstelligd met wetenschap die slechts de eigen voorgenomen effectentransacties betreft. Het hof heeft vastgesteld dat i.c. de bijzonderheden, zoals in de tenlastelegging feitelijk omschreven, hierin bestaan dat verdachte door het verspreiden van zelf gecreëerde leugenachtige berichten en het in verband daarmee verrichten van aan elkaar tegengestelde transacties heeft getracht de koers van het aandeel Cardio Control in voor hem gunstige zin te beïnvloeden. Nu deze bijzonderheden door verdachte zelf zijn geschapen moet zijn wetenschap daaromtrent worden aangemerkt als wetenschap omtrent zijn eigen voorgenomen effectentransacties. Dergelijke wetenschap is geen voorwetenschap ex art. 46 (oud) Wte 1995. Ad 3. Nu o.g.v. het zich bij de stukken bevindende bewijsmateriaal vaststaat dat het hof waarnaar de zaak zou moeten worden teruggewezen tot geen andere conclusie kan komen dan dat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard, brengt een doelmatige rechtspleging mee dat de HR de zaak in zoverre zelf afdoet. HR spreekt verdachte vrij van feit 2.
De uitspraak op rechtspraak.nl