Conclusie A-G Wesseling-van Gent 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8295
Faillissementsrecht. Geschil tussen een curator en een bank over het door de rechter-commissaris afgewezen verzoek van de zijde van de bank als belanghebbende derde een door hem gehouden getuigenverhoor bij te wonen; ontvankelijkheid in hoger beroep, alle beslissingen van de rechter-commissaris op grond van art. 66 F. – met uitzondering van preparatoire beslissingen – zijn aan te merken als beschikking in de zin van art. 67 F., recht van hoger beroep; regels voor voorlopig getuigenverhoor (art. 186 Rv.) zijn ter bescherming van fundamenteel processuele rechten van derden niet van overeenkomstige toepassing op een getuigenverhoor ex art. 66 F.; verhoor ter openbare zitting?; toepasselijkheid van art. 6 EVRM; HR doet zelf de zaak af.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 27 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 177 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 187 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 191 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 192 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 121 Gw
- Artikel 4 Fw
- Artikel 66 Fw
- Artikel 67 Fw
- Artikel 69 Fw
- Artikel 223b Fw
- Artikel 2:138 BW2
- Artikel 2:248 BW2
- Artikel 2:344 BW2
- Artikel 2:359 BW2
- Artikel 6 EVRM