Conclusie A-G Wortel 17 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7454

Antilliaanse zaak; profijtontneming. Soortgelijke feiten. Redelijke uitleg van art. 38e.2 SrA brengt mee dat onder “soortgelijke feiten” dienen te worden verstaan feiten die, gelet op het belang dat de wetgever door de strafbaarstelling ervan heeft willen beschermen, tot dezelfde categorie behoren als waartoe het strafbare feit behoort waarvoor betrokkene is veroordeeld. Gelet op het in de hoofdzaak bewezenverklaarde feit, te weten invoer en/of uitvoer van heroïne en/of cocaïne, en in aanmerking genomen dat de opgelegde betalingsverplichting is gebaseerd op voordeel dat is verkregen uit “het witwassen van gelden uit de handel in verdovende middelen”, is ’s hofs oordeel onjuist. Immers kan witwassen niet worden aangemerkt als soortgelijk (ex art. 38e.2 SrA) aan het bewezenverklaarde misdrijf van invoer en/of uitvoer van verdovende middelen. In het geding na verwijzing kan alsnog aan de orde komen de vraag of sprake is van "feiten, waardoor op geld waardeerbaar voordeel van enig belang kan worden verkregen, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan" ex art. 38e.2 SrA.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen