Conclusie A-G Wortel 27 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX2037
Redelijke termijn. Nu a) na het laatste getuigeverhoor door de RC iets meer dan 14 maanden zijn verstreken tot aan de betekening van de dagvaarding aan verdachte en meer dan anderhalf jaar tot aan de dag van de behandeling van de zaak ter terechtzitting en de uitspraak en b) niet kan blijken van enige bijzondere reden die dit tijdsverloop kan rechtvaardigen, is ’s hofs oordeel dat in zoverre geen sprake is geweest van schending van de redelijke termijn, – mede gelet op de duur van het procesverloop in eerste aanleg in het geheel – niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl