Conclusie A-G Knigge 21 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1150

Tegenonderzoek. 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte het aan zichzelf heeft te wijten dat het tegenonderzoek niet heeft plaatsgevonden is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat (i) van verdachte, nadat hij om een tegenonderzoek had verzocht, door een arts bloed is afgenomen waarvoor hij aan de politie een bedrag van € 83,50 heeft betaald; (ii) verdachte vervolgens ervan op de hoogte is gesteld dat hij binnen een termijn van 6 weken eigener beweging een bedrag van € 91,-- aan het NFI diende over te maken voor de bepaling van het alcoholgehalte van het afgenomen bloed; (iii) verdachte het verschuldigde bedrag niet aan het NFI heeft betaald. Daaraan kan niet afdoen dat de door het NFI aan verdachte gezonden betalingsherinnering deze wellicht niet heeft bereikt aangezien geen rechtsregel het NFI ertoe verplichtte zulk een herinnering te versturen. 2. Nu geen onderzoek van het bloedmonster heeft plaatsgevonden (hetgeen aan verdachte te wijten is geweest), bestond gelet op art. 14 Regeling bloed- en urineonderzoek (oud) voor het NFI niet de verplichting het bloedmonster langer te bewaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen