Conclusie A-G Vellinga 14 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV0335
Inbeslagneming radardetectieapparaten bij importeur. Het oordeel van de rb dat het belang der strafvordering zich niet verzet tegen de opheffing van het beslag aangezien de OvJ heeft medegedeeld dat niet zal worden overgegaan tot vervolging van klaagster, is niet naar behoren met redenen omkleed. Hetgeen de OvJ tijdens het onderzoek in raadkamer heeft verklaard kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende de mededeling dat m.b.t. de onderhavige voorwerpen een vordering tot onttrekking aan het verkeer als bedoeld in art. 36b.1.4° Sr jo. art. 552f Sv zal worden ingediend en dat met het oog daarop het beslag dient te worden gehandhaafd. Voorzover de rb bedoeld heeft tot uitdrukking te brengen dat zij de inwilliging van zo een vordering hoogst onwaarschijnlijk acht, getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting gelet op art. 1a.7 Voertuigreglement en de geschiedenis van totstandkoming daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl