Conclusie A-G Wortel 21 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8901

Teniet doen van een inschuld ex art. 317 Sr. ’s Hofs oordeel dat de vordering van X door het accepteren van het ontslag op staande voet is vervallen, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent het begrip “teniet doen van een inschuld” ex art. 317 Sr en dit oordeel is ook niet ontoereikend gemotiveerd. Door het bewezenverklaarde dwingen het ontslag op staande voet te accepteren, heeft verdachte immers door bedreiging met geweld X ertoe gebracht af te zien van de vordering die zij wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst stelde te hebben en in rechte wenste geldend te maken. Daarbij is niet van belang of X civielrechtelijk i.h.a. de mogelijkheid zou hebben behouden, ondanks die acceptatie, het ontslag in rechte aan te vechten en een loonvordering in te dienen en evenmin of die vordering, ware X niet tot het accepteren van het ontslag gedwongen, zonder meer door de rechter zou zijn toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen