Conclusie A-G Vellinga 17 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8300
Vervolgingsuitlevering aan VS. Nadat de zaak tegen de opgeëiste persoon in de VS (waarin hij door de jury schuldig was bevonden aan moord) resulteerde in een “dismissal” “without prejudice” omdat de rechter oordeelde dat de “prosecutor” met uitspraken in zijn “opening argument” “might have affected the jury’s verdict”, is in de VS een getuige getraceerd en wordt de uitlevering gevraagd om het proces opnieuw aan te vangen. Deze procedurele gang van zaken in de verzoekende staat, die in Nederland als aangezochte staat geen vergelijkbaar equivalent kent, levert geen beletsel op ex art. 5.b NL-VS Uitleveringsverdrag.
De uitspraak op rechtspraak.nl