Conclusie A-G Machielse 18 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8112

1. Art. 82 Wtk 1992 richt zich tot eenieder. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. De klacht dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer dat het overtreden voorschrift niet is gericht tot een persoon als verdachte die in haar positie van werknemer heeft gehandeld, faalt omdat het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen aangezien art. 82 Wtk 1992 zich tot eenieder richt. Ad 2. Het hof heeft overwogen dat t.a.v. de vorderingen van de benadeelde partijen vragen rijzen over o.m. de causaliteit, de hoogte van de vorderingen en de mogelijke eigen schuld van de benadeelden. In het licht daarvan is ‘s hofs oordeel onjuist noch onbegrijpelijk dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de vordering aangezien die vorderingen niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen