Conclusie A-G Machielse 18 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8108

Grondslagverlating. Ex art. 350 Sv jo. 415 Sv dient de rechter ook in appèl te beraadslagen op de grondslag van de tenlastelegging. De tenlastelegging strekt er daarbij toe voor de procesdeelnemers – zowel voor OM, rechter als verdachte en eventueel benadeelde partij – de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen (HR NJ 1996, 126 en 127). Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte “in Nederland en in België” heeft bemiddeld t.z.v. het aantrekken van gelden “van het publiek”. Het hof heeft daarbij uitdrukkelijk geen beslissing genomen over diverse in de tenlastelegging opgenomen alternatieven t.a.v. de plaatsen waar de gedragingen zouden zijn gepleegd en t.a.v. degenen van wie gelden zouden zijn aangetrokken, welke alternatieven niet subsidiair ten laste waren gelegd. Het hof heeft aldus i.s.m. art. 350 Sv niet beslist op de grondslag van de tenlastelegging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen