Conclusie A-G Machielse 17 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU3948
Art. 359a Sv. Verbalisanten zijn na melding van een sterke weedlucht onrechtmatig binnengetreden in een woning bij afwezigheid van de bewoner (op de machtiging tot binnentreden was niet het hokje aangekruist dat bij dringende noodzakelijkheid ook in afwezigheid van de bewoner kan worden binnengetreden). Binnen op de grond zien zij 2795 gram weed liggen. Vervolgens wordt de komst van de RC afgewacht en wordt bij een doorzoeking in totaal 49 kg softdrugs inbeslaggenomen. Het hof verwierp een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer en volstond met de constatering van de onrechtmatigheid van het binnentreden. 1. ‘s Hofs oordeel dat de doorzoeking in de woning van verdachte, die heeft plaatsgevonden onder leiding van de RC, rechtmatig is geweest, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. ‘s Hofs oordeel dat de uit deze doorzoeking verkregen onderzoeksresultaten niet als rechtstreeks gevolg van het eerdere onrechtmatig binnentreden door de opsporingsambtenaren van het bewijs moeten worden uitgesloten, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ‘s Hofs oordeel dat geen uitzondering moet worden gemaakt wat betreft een deel van hetgeen door de RC is aangetroffen en inbeslaggenomen, te weten een hoeveelheid van 2795 gram 'weed', die in eerste instantie reeds door de opsporingsambtenaren was waargenomen, nadat zij - onrechtmatig - de woning van verdachte waren binnengetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk, in het licht van de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval.
De uitspraak op rechtspraak.nl