Conclusie A-G Machielse 14 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU3869
1. Cassatieberoep tegen beslissing tot verwijzing ex art. 423.2 Sv niet-ontvankelijk. 2. Verzoeken o.g.v. bij advocaat bezorgde anonieme brief tot horen van daarin genoemde getuige en tot onderzoek naar het bestaan van daarin genoemd Rijksrechercherapport en toevoeging daarvan aan dossier: toepasselijke maatstaf. Ad 1. Voorzover het beroep is gericht tegen de door het hof t.a.v. de feiten 1 en 4 gegeven beslissingen tot verwijzing van de zaak op de voet van art. 423.2 Sv, kan verdachte daarin niet worden ontvangen, nu die beslissingen geen einduitspraken zijn. Ad 2. De verzoeken tot het horen van de in de anonieme brief genoemde politiecommissaris als getuige en tot onderzoek naar het bestaan van het in de anonieme brief bedoelde Rijksrechercherapport om dat vervolgens toe te voegen aan het dossier zijn verzoeken als bedoeld in art. 328 Sv. Maatstaf bij de beoordeling van dergelijke ter terechtzitting gedane verzoeken is ex art. 315.1 Sv jo. art. 415 Sv of de noodzaak van het verzochte is gebleken. Het hof heeft de juiste maatstaf toegepast. ’s Hofs afwijzing van die verzoeken is niet ontoereikend of onbegrijpelijk gemotiveerd in aanmerking genomen a) de omstandigheid dat zijn beslissing verweven is met waarderingen van feitelijke aard en in cassatie dus slechts beperkt kan worden getoetst, b) de anonieme herkomst alsmede de inhoud van de brief die de verdediging aan haar verzoeken ten grondslag heeft gelegd, waarvan het hof bovendien feitelijk heeft vastgesteld dat deze onvoldoende aanknopingspunten biedt om de juistheid daarvan aannemelijk te achten, en c) hetgeen ter motivering aan de verzoeken ten grondslag is gelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl