Conclusie A-G Knigge 17 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU3447

1. Schuld ex art. 6 WVW 1994. 2. Strafmotivering / geen blijk van inzicht in verwijtbaarheid. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het verkeersongeval ex art. 6 WVW 1994, in het onderhavige geval het bewezenverklaarde zeer onvoorzichtig en onoplettend handelen, uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Daarbij komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval (HR NJ 2005, 252). Het Hof heeft vastgesteld dat het uitzicht van verdachte op het voor de door hem bestuurde bus gelegen wegdek beperkt was door de hoogte van de bus en zijn eigen betrekkelijk geringe gestalte, dat verdachte gezien heeft dat de moeder voor de bus langs was overgestoken en dat hij vervolgens is opgetrokken zonder dat hij heeft gezien dat ook het achter de moeder fietsende vijfjarige slachtoffer - dat toen aan zijn zicht was onttrokken - de oversteekmanoeuvre had voltooid. Het in de overwegingen van het Hof vervatte nadere oordeel dat en waarom sprake is van de bewezenverklaarde schuld ex art. 6 WVW 1994 komt erop neer dat verdachte in de omstandigheden van het geval, alvorens zijn weg te vervolgen, zich er zelf van had moeten vergewissen of hij dit kon doen zonder gevaar voor het overstekende kind en dat hij in dat opzicht niet had mogen afgaan op enig gebaar van de moeder. Dat oordeel is in het licht van de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval, meer in het bijzonder voorzover die het beperkte uitzicht van verdachte betreffen, en tegen de achtergrond van de van verdachte als bestuurder van een motorvoertuig te vergen zorgvuldigheid ten aanzien van een zeer kwetsbare verkeersdeelnemer als het slachtoffer, onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. 's Hofs overweging dat verdachte niet de indruk geeft in te zien dat hem een grote fout te verwijten valt, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Hof tot het bewijs heeft gebezigd de verklaring van verdachte waarin hij erkent dat hij zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat hij de fietsers-oversteekplaats is opgereden zonder zich er voldoende van te vergewissen waar het slachtoffer zich bevond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen