Conclusie A-G Wortel 15 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AU3450

1. Voorzover het middel op de opvatting berust dat niet geoorloofd is een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer te verwerpen onder verwijzing naar de verwerping van een op gelijke gronden gevoerd verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, kan het niet tot cassatie leiden, aangezien die opvatting geen steun vindt in het recht. 2. Het middel kan wat betreft de verklaringen van verdachte afgelegd in het voorbereidend onderzoek reeds bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, nu het hof uitsluitend verdachtes verklaringen ter terechtzitting in eerste aanleg tot het bewijs heeft gebruikt. 3. Wat betreft de inbeslaggenomen bescheiden – voorzover zij niet later door verdachte zelf ter beschikking van de opsporingsambtenaren zijn gesteld – heeft het hof overwogen dat niet aannemelijk is geworden dat bij de aanwending van controlebevoegdheden tegenover verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen niet in acht zijn genomen (verweer in feitelijke aanleg: er was bij aanvang van het boekenonderzoek al sprake van een redelijk vermoeden van schuld ex art. 27 Sv; fiod-ambtenaren deden geen controle, maar opsporing). Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen