Conclusie A-G Knigge 11 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AU2053
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oordeel is juist dat art. 31.2 Wet militaire strafrechtspraak uitsluitend betrekking heeft op de militair die als schildwacht een taak uitoefent en niet op de militair die zich aan zijn taak als schildwacht onttrekt en dat de verdachte dus geen beroep op dit art. toekomt.
De uitspraak op rechtspraak.nl