Conclusie A-G Wortel 23 augustus 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT7122
WOTS-zaak. 1. De opvatting is onjuist dat de Nederlandse rechter niet (zonder nadere motivering) tot een “andere kwalifikatie” dan de buitenlandse rechter zou mogen komen in die zin dat hij medeplegen van het feit zoals dat naar Nederlands recht strafbaar is, aanneemt, terwijl in de buitenlandse rechterlijke beslissing het feit is gekwalificeerd als medeplichtigheid aan het in die buitenlandse wetgeving strafbaar gestelde feit. De Nederlandse rechter dient ex art. 28.3 WOTS o.b.v. de feiten die de buitenlandse rechter kennelijk aan zijn veroordeling ten grondslag heeft gelegd, na te gaan of en zo ja welk strafbaar feit deze naar Nederlands recht opleveren. 2. De WOTS voorziet niet in de vastlegging van een rechterlijke beslissing in een verkorte uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl