Conclusie A-G Langemeijer 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557
8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/113HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude. 1. Het geding in feitelijke instanties...
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 75 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 399 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 479a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:140 BW1
- Artikel 1:141 BW1
- Artikel 2:216 BW2
- Artikel 3:33 BW3
- Artikel 3:35 BW3