Conclusie A-G Vellinga 6 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3999
Onttrekken aan opzicht en aan nasporing justitie en politie. 1. De opvatting dat de uithuisplaatsing van de minderjarige o.g.v. een machtiging van de kinderrechter meebracht dat t.t.v. die plaatsing geen sprake was van “opzicht” ex art. 279 en 280 Sr uitgeoefend door de gezinsvoogdijinstelling, is onjuist. 2. De enkele omstandigheid dat de minderjarige alleen maar de wens had om bij verdachte te blijven, kan, mede gelet op art. 280.3 Sr, niet leiden tot het oordeel dat verdachte heeft gehandeld i.h.k. van zorgvuldige hulpverlening ex art. 280.2.c Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl