Conclusie A-G Wortel 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7572

OM-cassatie tegen vrijspraak. Jagers werden gecontroleerd door boa's (A en B) zonder opsporingsbevoegdheid (want nog niet beëdigd) en vervolgens door bevoegde opsporingsambtenaren. HR: Bewijsuitsluiting kan als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Zulks moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a.2 Sv en van de omstandigheden van het geval (HR NJ 2004, 376). Het oordeel van het hof dat zich hier een dergelijk geval voordoet is ontoereikend gemotiveerd, reeds omdat zonder nadere motivering niet begrijpelijk is waarom het "overige, opvolgende" bewijsmateriaal als resultaat van het optreden van de ambtenaren A en B en als onrechtmatig verkregen zou moeten worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen