Conclusie A-G Jörg 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5433
Art. 11 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). 1. 's Hofs oordeel dat verdachte door als degene die met het voertuig langs de weg gevaarlijke stoffen vervoert, zo een voertuig te parkeren binnen de als zodanig aangeduide bebouwde kom van de gemeente, die bebouwde kom niet heeft vermeden in de zin van art. 11 Wvgs en dat zulks oplevert overtreding van een voorschrift gesteld bij die bepaling, is juist. 2. Art. 11.2 Wvgs bepaalt dat de verplichting de bebouwde kom te vermijden onder meer niet van toepassing is als er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is. Het hof heeft die bepaling aldus uitgelegd dat zij alleen geldt voor de route "naar de bestemming toe", d.w.z. voor de route die leidt naar de plaats waar moet worden geladen of gelost. De tekst van die bepaling noch de wetsgeschiedenis dwingt echter tot die opvatting, welke onder omstandigheden tot gevolg kan hebben dat van een bij uitstek geschikte en veilige parkeervoorziening geen gebruik kan worden gemaakt. Aangenomen moet dan ook worden dat meerbedoelde bepaling ook van toepassing is op de route naar een binnen de bebouwde kom gelegen parkeervoorziening die gelet op de terzake geldende bepalingen voor het parkeren van vervoermiddelen geladen met gevaarlijke stoffen mag worden gebezigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl