Conclusie A-G Vellinga 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR7606
Voor een veroordeling t.z.v. art. 288 Sr is niet vereist dat de bewezenverklaring alle bestanddelen behelst van "het strafbaar feit" als in die bepaling bedoeld. Wel zal daarin met voldoende duidelijkheid tot uitdrukking moeten zijn gebracht op welk strafbaar feit wordt gedoeld, terwijl uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat de wettelijke bestanddelen van dat feit zijn vervuld. De omstandigheid dat i.c. de bewezenverklaring, betreffende een feit waarop art. 45 (oud) Sr van toepassing is, niet inhoudt dat van vrijwillige terugtred geen sprake is geweest (hetgeen wel uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid), stond aan kwalificatie van het bewezenverklaarde als "medeplegen van doodslag vergezeld en/of vooraf gegaan van een poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken" niet in de weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl