Conclusie A-G Machielse 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6621

Overschrijding beroepstermijn kan slechts verontschuldigbaar zijn onder bijzondere, verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden. Bijv. indien verdachte is afgegaan op hem binnen de wettelijke beroepstermijn op zijn verzoek verstrekte ambtelijke informatie waardoor bij hem de gerechtvaardigde verwachting was gewekt dat een beroepstermijn van 14 dagen gold na ontvangst van een schriftelijke mededeling m.b.t. het gewezen vonnis (HR NJ 1995, 253). I.c. is het hof uitgegaan van de juistheid van verdachtes stelling dat hem op de dag van de uitspraak door een griffieambtenaar telefonisch is gezegd dat hem een mededeling van de uitspraak zou worden uitgereikt en dat hij binnen 14 dagen na ontvangst daarvan in beroep kon gaan. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is 's hofs oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld, niet begrijpelijk. Dat de griffieambtenaar er niet van op de hoogte was dat de zittingsdag verdachte tevoren bekend was, zou aan verdachte kunnen worden toegerekend indien hij desgevraagd de ambtenaar daaromtrent onjuist zou hebben geïnformeerd. De algemene op de achterzijde van de dagvaarding opgenomen mededeling omtrent de beroepstermijn doet aan het voorgaande niet af, nu daar ook wordt aanbevolen zich tot de griffie te wenden voor informatie over het instellen van een rechtsmiddel, alwaar verdachte de hiervoor bedoelde specifieke informatie heeft ontvangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen