Conclusie A-G Vellinga 4 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5741
Onttrekking aan het verkeer ex art. 36d Sr. 's Hofs oordeel dat de voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking ex art. 36d Sr getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, gelet op zijn vaststellingen dat de voorwerpen in beslag genomen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan betrokkene werd verdacht (art. 140 Sr t.a.v. verspreiden kinderporno) en voorts dat die voorwerpen - gelet op art. 240b Sr, zoals dat luidde ten tijde van de beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer - kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten, terwijl het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.
De uitspraak op rechtspraak.nl