Conclusie A-G Machielse 16 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3215
Toelaatbaarheid voor het bewijs van tegenover de politie afgelegde getuigenverklaring. Indien de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad die getuige te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van die verklaring niet in de weg, als de betrokkenheid van verdachte in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Voorts moet dit steunbewijs betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist (HR NJ 1999, 827). I.c. mocht het hof de verklaring niet voor het bewijs bezigen, nu (a) verdachtes betrokkenheid bij het bewezenverklaarde slechts kan worden afgeleid uit die verklaring, en (b) die verklaring niet voldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl