Conclusie A-G Langemeijer 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR2784
26 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/049HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: R.T.R.F. Carli. 1. Het geding in feitelijke instanties...
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 362 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 677 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 827 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 3:166 BW3
- Artikel 3:181 BW3
- Artikel 3:182 BW3
- Artikel 3:185 BW3
- Artikel 3:189 BW3