Conclusie A-G Wesseling-van Gent 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665
26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/202HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n 1. [Verweerder 1] en 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 134 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 157 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5:85 BW5
- Artikel 5:89 BW5
- Artikel 7:414 BW7
- Artikel 3:60 BW3